Na 20 jaar werken in de zorg wil Anneleen Twigt weer gaan studeren en kiest voor de lerarenopleiding. “In de zorg ben je nooit uitgeleerd, maar ik wilde iets anders en bovendien kan ik als docent jongeren enthousiast maken voor een baan in de zorg. Er kiezen tenslotte te weinig jongeren voor dit mooie vak”, aldus een gedreven Anneleen die inmiddels twee jaar bij het Calvijn College werkt als docent en mentor zorg en welzijn. 

Daar viel haar al snel op dat het vak techniek bij het profiel zorg en welzijn geen tot weinig aandacht krijgt. Terwijl ze zelf 15 jaar als dialyse verpleegkundige werkte en dagelijks te maken kreeg met de techniek van de diverse apparatuur. “Zo kreeg ik het idee om het keuzevak zorgtechnologie te introduceren op school. Tevens hoop ik dat we daarmee de interesse van de jongens kunnen trekken, om zo het aandeel jongens in de opleiding te kunnen vergroten”, aldus Anneleen.

Toewerken naar nieuwe schooljaar

Inmiddels is het einde van haar studie in zicht en start Anneleen in januari met haar afstudeerscriptie over ‘zorgtechnologie’, met als doel om uiteindelijk dit keuzevak toe te voegen aan de andere opties: kind, ouderen en gehandicapten. “Mijn teamleider zei dat het mooi zou zijn als we het met ingang van het schooljaar 22/23 kunnen aanbieden. Daarvoor moet er nog wel het een en ander gebeuren, maar we gaan er voor. Het zou al gaaf zijn als we dit schooljaar tijdens de LOB-dagen de leerlingen van klas 1 en 2 alvast warm kunnen maken voor de technische kant van de zorg”, vertelt Anneleen. In Zeeland is het Calvijn College de eerste vmbo-school waar het keuzevak zorgtechnologie wordt aangeboden.

Meerwaarde voor school én docent

Naast dat Anneleen als docent met 20 jaar werkervaring een grote meerwaarde is voor de school, biedt de opleiding haar zelf ook veel. “Het geeft niet alleen verruiming van mijn kennis, maar ook een stukje bewustwording hoe het is om met jongeren te werken en mijn kennis over te dragen. Bovendien is het fijn dat ik tijdens de schoolvakanties nog eens kan bijspringen in de zorg. Zo blijf ik contact houden met de praktijk.”